B R U U T   O F   E I N S T E I N   De fossielen en ander archeologische vondsten vertellen ons veel over hoe de Neanderthalers eruit zagen en de omgeving waar in zij leefden, maar wat kunnen we zeggen over de intellectuele eigenschappen van deze prehistorische mensen?

 

H E R S E N E N   Kunnen we de intellectuele vermogens van de Neanderthalers afleiden aan de grootte en vorm van hun hersenen? Over het algemeen is het zo dat hoe groter de hersenen, hoe intelligenter de soort, maar dit is een regel waar heel voorzichtig mee omgesprongen moet worden. Grotere lichamen hebben grotere hersenen nodig om de motoriek in goede banen te leiden. De verhouding tussen hersengrootten en lichaamsomvang is al een betere graadmeter. Een gemiddelde moderne mensen heeft een hersengrootte die tussen de 1100 en 1400 cc ligt. De moderne mensen die in de tijd van de Neanderthalers leefden, ook wel Cro-Magnon mensen genoemd, hadden een gemiddelde hersengrootte van 1500 cc. Bij de Neanderthalers, die iets groter en vorser waren dan de modernen, ligt het gemiddelde tussen 1500 en 1700 cc. Qua hersengrootte doen zij dus niet voor onder.

De vorm van de hersenen is wel anders, dit kunnen we zien aan de vorm van de hersenpan. Moderne mensen hebben een veel steiler voorhoofd (zie: Uiterlijk). De voorhoofdskwab, die zich in dit deel van de schedel bevindt is dan ook aanzienlijk groter dan die van de Neanderthalers. Deze kwab regelt veel van de zaken die wij menselijk zouden noemen, onder andere: Gevoel, emotie, zelfbeheersing, vooruit denken, problemen oplossen en concentratie. Dit betekent echter niet dat de Neanderthalers geen van deze kwaliteiten bezaten, uit diverse vondsten blijkt het tegendeel. Het blijkt dus moeilijk om op basis van de vorm en grootte van de Neanderthaler hersenen een uitspraak te doen over hun intellect.

 

T E C H N O L O G I E   Als we het hebben over technologie uit de tijd van de Neanderthalers, dan hebben we het over de werktuigen de zij gebruikten. Stenen werktuigen zijn hiervan het meest bekend, omdat deze de tand des tijds hebben overleefd en met enige regelmaat gevonden worden. Zij zijn het prehistorische equivalent van een Zwitsers zakmes, ze werden voor veel verschillende taken ingezet.

Het arsenaal van een Neanderthaler bestond uit schrapers, messen, spitsen en vuistbijlen, die door middel van heel nauwkeurige slagen van brok vuursteen werden afgeslagen. De technieken die de Neanderthalers gebruikten werden met de tijd geavanceerder. De Neanderthalers gebruikten tijdens het grootste deel van hun bestaan een technologie die Moustérien genoemd wordt. Deze technologie wordt uitsluitend geassocieerd met de Neanderthalers en is een doorontwikkeling van de technologie die door Homo erectus, Homo heidelbergensis en vroege Neanderthalers werd gebruikt, het Acheuléen.

Het Moustérien was voor zij tijd een vrij geavanceerde technologie, maar na de initiële ontwikkeling bleef deze bijna 100.000 jaar nagenoeg gelijk. Aan het einde van hun bestaan stapten de Neanderthalers over op een nieuwe technologie. De werktuigen van het Chatelperronien worden voornamelijk in Zuid-Frankrijk en Spanje aangetroffen. Of de Neanderthalers de techniek voor deze werktuigen zelf ontwikkelden blijft een punt van discussie. Sommige wetenschappers zien een lijn van de late Moustérien werktuigen naar de Chatelperronien-technologie, anderen zien veel overeenkomsten met de Aurignacien technologie die wordt geassocieerd met de moderne mens. De Neanderthalers zouden in dat laatste geval de techniek hebben afgekeken van de modernen. De ontwikkeling van het Chatelperronien valt samen met het verschijnen van de eerste Aurignacien werktuigen in Europa.

 

K U N S T   Bij prehistorische kunst denken we al snel aan de prachtige rotsschilderingen als Lascaux en Altamira. Deze tekeningen zijn onderdeel van een culturele explosie die plaatsvond vlak nadat de Neanderthaler was uitgestorven. Bewijs voor kunstzinnige uitingen van de Neanderthalers is schaars en in de meeste gevallen omstreden. Het gaat dan meestal geperforeerde dierentanden en schelpen en gekerfde stukjes bot. Een vondst die regelmatig wordt aangewend als bewijs voor Neanderthaler kunst is een stuk been dat op twee plaatsen geperforeerd is. Dit stukje been wordt door sommigen gezien als een soort fluit, waarschijnlijker is echter dat de perforatie de afdruk vormen van de hoektanden van een roofdier.

 

R I T U E L E N   De vraag of de Neanderthalers deden aan rituelen of spiritualiteit blijft een eeuwig twistpunt. Net als bij kunst zijn er wel bewijzen gevonden maar deze kunnen ook anders uitgelegd worden. Vast staat wel dat de Neanderthalers hun doden begroeven. Was dit uit praktische overwegingen? Een lijk gaat rotten en dat brengt stank en ongedierte met zich mee, of was het onderdeel van een rouwproces, mogelijk zelfs een manier om de dode voor te bereiden op een hiernamaals?

In de jaren ’50 van de vorige eeuw vond een Amerikaanse paleoantropoloog, Ralph Solecki, in de heuvels van Noord Irak een Neanderthaler begraafplaats. Solecki ontdekte hier de fossielen van negen individuen, volwassenen en kinderen. Op een van de skeletten vond hij een grote verzameling gefossileerd stuifmeel. Hij zag dit als bewijs dat het lichaam bij de begrafenis was overdekt met bloemen. Solecki’s stelling is later in twijfel getrokken, het stuifmeel kan ook door de wind of door water- of modderstromen daar terecht zijn gekomen. Bovendien waren voor de bodemanalyse slechts enkele monsters genomen, te weinig om de verspreiding van het stuifmeel goed in kaart te kunnen brengen.

Een andere opvallende begrafenis is die van Teshik Tash. Volgens de onderzoekers die het kinderlichaam vonden was het skelet omgeven door geitenhoorns die in een cirkel om het lichaam waren geplaatst. Natuurlijk vielen de sceptici hier meteen overheen, het lijkje zou door roofdieren naar de vindplaats gesleept zijn en deze hadden ook de berggeiten gedood en naar hun hol gesleept. Zoals dat wel vaker ging bij opgravingen in het begin van de vorige eeuw is deze slecht beschreven. We kunnen hier dus niet met zekerheid een uitspraak over doen. Mogelijk hielden de Neanderthalers zich wel bezig met dit soort grafriten, maar het gevaar is aanwezig dat wij met onze moderne blik waarde toekennen aan toevalligheden en de Neanderthalers vaardigheden en intellectuele vermogens toedichten die ze niet bezaten.

Wat kunnen we wel zeggen van de manier waarop de Neanderthalers hun doden begroeven? Opvallend vaak zien we bij begrafenissen dat het lichaam van de overledene in een foetushouding is geplaatst. Het opzettelijk positioneren van een lijk duidt er niet op dat men zich simpelweg van het lijk wilden ontdoen. Ook zullen we in het volgende hoofdstuk zien dat uit andere aanwijzingen blijkt dat de Neanderthalers om elkaar gaven en dus mogelijk bij het overlijden van een groepsgenoot een rouwproces doormaakten waar de begrafenis van de overledene deel van uit maakte.

 

Z O R G   V O O R   E L K A A R   Empathie, of te wel het kunnen inleven in de situatie van een ander, zien wij als een van de kenmerken die ons mens maken. Beschikten de Neanderthalers over dit vermogen? Gaven zij om elkaar en zorgden zij voor de hulpbehoevenden? Het antwoord hierop lijkt ja te zijn. Bewijs hiervoor komt wederom uit Shanidar in Noord Irak. Een van de individuen die hier werd gevonden had zware verwondingen opgelopen en deze overleefd. Shanidar 1, zoals deze Neanderthaler bekend staat had een hoofdwond opgelopen die vermoedelijk tot blindheid aan een oog had geleid, verder had hij verwondingen aan zijn rechterarm die er toe leiden dat hij deze niet kon gebruiken. Wetenschappers konden echter aan de hand van botgroei rondom de wonden vaststellen dat dit individu nog jaren na het oplopen van deze verwonding had geleefd. Shanidar 1 werd uiteindelijk maar liefst 40 jaar, uitzonderlijk oud voor een Neanderthaler, zij werden meestal niet ouder dan een jaar of dertig. Een dergelijk gehandicapt individu kon niet overleven zonder hulp van zijn groepsgenoten. Het feit dat hij opzettelijk werd begraven, geeft aan dat hij gerespecteerd werd binnen zijn groep.

Shanidar 1 is een extreem voorbeeld, maar er zijn meer Neanderthalers gevonden die botbreuken hebben opgelopen die geheel of gedeeltelijk zijn genezen. Een botbreuk zou het jagen aanzienlijk hebben bemoeilijkt, mogelijk zorgde de groep in zo’n geval ervoor dat de gewonde rust kreeg om te herstellen en werd er voor hem of haar gezorgd zolang dat nodig was.

 

T A A L   Dat de Neanderthalers met elkaar communiceerden staat vast, alle sociale dieren communiceren. Daarnaast jaagden de Neanderthalers op groot wild op de vlaktes van Europa en Azië, zonder goede onderlinge communicatie zou dit onmogelijk zijn geweest. De vraag is echter hadden zij een taal. Konden zij abstracte ideeën onder woorden brengen. Er is wel gesuggereerd dat de culturele explosie die plaatshad vlak nadat de Neanderthalers uitgestorven waren het gevolg was van de ontdekking van taal. Dat zou betekenen dat taal pas na 30.000 jaar geleden ontstond. Toch is het niet waarschijnlijk dat taal ‘ineens’ werd uitgevonden, het was waarschijnlijk een langzaam proces waarbij de taal langzaam maar zeker geavanceerder werd.

 Op een vraag die voorheen voor felle discussie zorgde kunnen we inmiddels wel antwoord geven: Neanderthalers waren fysiek gezien in staat min of meer dezelfde klanken voort te brengen als wij mensen. Dit antwoord kennen wij sinds in 1983 in het Israëlische Kebarra het prachtig complete skelet van een Neanderthaler werd gevonden. Van Moshe, zoals dit exemplaar liefkozend werd genoemd, werd het tongbeen teruggevonden. Moshe’s tongbeen is het enige tongbeen dat ooit van een Neanderthaler is teruggevonden. Het is belangrijk omdat aan dit botje de spieren die beweging van de tong mogelijk maken zijn gehecht. Het tongbeen is anatomische gezien gelijk aan dat van de moderne mens. Aan de hand van dit bewijs kunnen we concluderen dat de Neanderthalers in ieder geval fysiek tot spraak in staat waren.

 We kunnen alleen maar speculeren naar het antwoord op de vraag of de Neanderthalers een volledige taal bezaten. Echter als we kijken naar de technieken die zij gebruikten om in het ijzige klimaat van prehistorisch Europa te overleven, van de jacht tot het vervaardigen van complexe werktuigen, moeten we haast wel concluderen dat alleen al voor de kennisoverdracht een primitieve taal onontbeerlijk was.

 

C O N C L U S I E   Hoewel de Neanderthalers niet dezelfde intellectuele vermogens hadden als de moderne mensen die hun opvolgden, is het fout om hen af te schilderen als domme bruten. De Neanderthalers wisten bijna 200.000 jaar te overleven in de moeilijke omstandigheden van de ijstijd in Europa en Azië. Zij vervaardigden werktuigen die qua complexiteit en gebruiksgemak lange tijd ongeëvenaard werden. Het bewijs dat wij hebben voor Neanderthaler kunst en/of rituelen is beperkt en niet onomstreden, maar wij kunnen zeker niet uitsluiten dat zij hier over beschikten. Hoe zij precies met elkaar communiceren is niet te zeggen, maar duidelijk is dat het leven dat zij leden praktisch onmogelijk zou zijn zonder een goede onderlinge communicatie. De Neanderthalers blijven een soort die tot nu toe langer op deze aarde heeft overleefd dan onze eigen soort Homo sapiens.