A C H E U L E E N   De eerste voorbeelden van de Acheuléen technologie verschijnen zo'n 1.7 miljoen jaar geleden in Afrika. De technologie wordt geassocieerd met Homo erectus en later met Homo heidelbergensis. Met het verschijnen van deze werktuigen zien we voor het eerst dat onze voorouders werktuigen maakten naar een ontwerp. Het Acheuléen kenmerkt zich door grote vuist-  en hakbijlen met scherpe snijvlakken. Deze werden gemaakt door brokken te hakken van grote stukken steen en deze vervolgens te bewerken. De eerste voorbeelden van deze techniek zijn nog erg ruw en niet verfijnd. Door de tijd heen verbetert men de techniek aanzienlijk.

Hoewel stenen werktuigen het bekendst zijn, maakten onze voorouders ook gebruik van andere, organische, grondstoffen voor het vervaardigen van wapens en werktuigen. Opvallend is bijvoorbeeld de vondst van houten werpsperen in het Duitse Schoningen. De speren zijn zeker 400.000 jaar oud. De Acheuléen techniek was dus veel uitgebreider dan alleen de stenen werktuigen die wij vandaag de dag kennen.

Zoals gezegd maakte ook Homo heidelbergensis gebruik van deze techniek. Het moet heidelbergensis zijn geweest die zo'n 300.000 jaar geleden de Acheuléen technologie uitbreidde met een nieuwe techniek die we Levallois noemen, naar de eerste vindplaats nabij Parijs. Bij de Levallois techniek worden splinters van een stuk steen afgeslagen. Waar splinters in feite restafval was bij de productie van de klassieke Acheuléen werktuigen, is het doel juist van de Levallois techniek om splinters te maken. De splinter hebben een vlijmscherpe snijrand waardoor ze uitermate geschikt zijn om als mes te gebruiken. Met de introductie van de Levallois techniek spreken we van het laat-Acheuléen. De werktuigen van het laat-Acheuléen worden ook met de eerste Neanderthalers geassocieerd. De volgende stap in de evolutie van werktuigen is echter een techniek die uitsluitend door de Neanderthalers gebruikt werd.

 

M O U S T E R I E N   Het Moustérien, genoemd naar de eerste vindplaats Le Moustier in Frankrijk, is veel verfijnder dan het Acheuléen en kenmerkt zich door een afname in het gebruik van grote, zware handbijlen ten gunste van lichte, fijnere schrapers en messen. Daarnaast was het door een verbetering van de Levallois-techniek mogelijk om meer werktuigen uit een stuk vuursteen te halen. De bron, het brok steen waar de splinters van af werden geslagen werd nu eerst voorbewerkt zodat een ideaal raakvlak ontstond. De splinters konden zo veel nauwkeuriger afgeslagen worden en het resultaat was dan ook uniformer.

We zien bij het Moustérien het eerste bewijs van stenen werktuigen met een (houten) handvat. De Neanderthalers ontwikkelden een techniek waarbij ze stenen punten doormiddel van hars en dierenpezen aan een steel bevestigden. Zij vervaardigden op deze manier hakbijlen en mogelijk ook (werp)speren. De Neanderthalers bleven het grootste deel van hun bestaan vasthouden aan de Mousterien werktuigen. Pas aan het eind stapten zij over op een nieuwe technologie.

 

C H A T E L P E R R O N I E N   Zo'n 32.000 jaar geleden zien we de eerste voorbeelden van Chatelperronien werktuigen. Deze nieuwe, geavanceerdere werktuigen worden voornamelijk in Zuid-Frankrijk en Spanje aangetroffen. In eerste instantie werden zij toegeschreven aan de eerste moderne mensen die Europa binnen trokken. Uit latere vondsten bleek dat het juist de Neanderthalers waren die deze werktuigen maakten. Het Chatelperronien lijkt op het Mousterien, maar heeft een aantal elementen die we ook zien bij het Aurignacien, de technologie van de eerste modernen mensen.

Of de Neanderthalers de techniek voor deze werktuigen zelf ontwikkelden blijft een punt van discussie. De ontwikkeling van het Chatelperronien valt samen met het verschijnen van de eerste Aurignacien werktuigen in Europa en sommige wetenschappers denken dat de Neanderthalers technieken afkeken van de moderne mens.

 

A U R I G N A C I E N   De werktuigen van het Aurignacien werden gemaakt door de modernen mensen die Europa binnentrokken. De technologie kenmerkt zich door een explosie van nieuwe technieken en materialen. Zo wordt voor het eerst gebruik gemaakt van been en ivoor. De technologie is niet meer gebaseerd op steensplinters maar op lemmeten die met toenemende precisie gemaakt worden. Het Aurignacien verdwijnt vrijwel tegelijkertijd met de laatste Neanderthalers en wordt opgevolgd door het Solutreen.